Bezocht datum
Een jaar te laat
Sommige stadions roepen je zonder dat je er ooit bent geweest. Andernach was er zo één. Een houten tribune, had ik gehoord. Oud, doorleefd, het soort tribune dat kraakt wanneer je erop gaat zitten, waar de wind vrij spel heeft onder de planken en waar je het gevoel krijgt dat elke wedstrijd een beetje blijft hangen tussen de balken. Ik heb een zwak voor dat soort tribunes. Ze hebben iets eerlijks. Ze doen niet aan façade. Ze zijn gewoon oud, en daar zijn ze niet beschaamd over. Dat is genoeg om mij in beweging te krijgen. Dus stuurde ik de auto bijna automatisch die kant op, alsof mijn handen al wisten waar ik heen moest.
Bij aankomst zag ik een van de wat statige ingangen. Wit beton, een beetje vermoeid, maar nog overeind. Bovenop het dak een bord met het woord Bäckermädchen, groot en zelfverzekerd. Daaronder stond een container. Achteraf gezien had daar al een belletje moeten gaan rinkelen. Maar soms kijk je recht naar een aanwijzing zonder hem te herkennen. Aan de zijkant een stapel trainingsmateriaal, pionnen in rood, geel en groen, slordig tegen de muur geleund. Niet netjes opgeruimd, maar ook niet vergeten. Gewoon even geparkeerd, zoals je een jas over een stoel hangt.
En toen kwam het besef.
De tribune was weg.
Niet verplaatst.
Niet gesloten.
Gewoon verdwenen.
Een jaar te laat. Soms is het verschil tussen romantiek en realiteit precies twaalf maanden en een sloopkogel.
Wat overbleef was een geraamte. Oude kleedkamers zonder ziel, muren die hun functie nog wel herinnerden maar hun stemmen waren kwijtgeraakt. Het voelde een beetje alsof je een theater binnenloopt nadat het decor al is afgebroken. Je ziet waar het toneel stond, waar de acteurs hun tekst vergaten, waar het publiek lachte. Alleen de stoelen zijn weg en het doek is gevallen.
Het voelde alsof ik te laat was voor een afspraak die ik nooit had kunnen halen.
Het sportpark zelf deed zijn best om te doen alsof er niets aan de hand was. De sintelbaan lag er nog, koppig en onverwoestbaar, zoals alleen Duitse sintelbanen dat kunnen. Het gras lag er rustig bij. De bomen rondom het veld deden wat bomen altijd doen: zwijgen. Maar alles voelde scheef, alsof het stadion zelf nog moest wennen aan het gat dat was achtergebleven.